Handleiding compacte composiet verdeler

1. Inleiding

1.1 Over deze handleiding (doel en doelgroep)
1.2 Fabrikant en contactgegevens
1.3 Copyright en aansprakelijkheid (disclaimer)
1.4 Gebruikte symbolen en waarschuwingsniveaus

2. Veiligheid

2.1 Algemene veiligheidsinstructies
2.2 Beoogd gebruik
2.3 Te voorzien verkeerd gebruik
2.4 Persoonlijke beschermingsmiddelen
2.5 Verantwoordelijkheid van de installateur

3. Productbeschrijving

3.1 Werking van de verdeler
3.2 Productkenmerken
3.3 Onderdelen en opbouw
3.4 Toepassing: verwarmen én koelen
3.5 Geschiktheid voor lage aanvoertemperatuur en warmtepomp

4. Technische gegevens

4.1 Algemene specificaties (werkdruk, temperatuur, glycol tot 50%)
4.2 Afmetingen per aantal groepen
4.3 Aansluitmaten en toegepaste materialen

5. Transport en opslag

5.1 Levering en controle bij ontvangst
5.2 Opslagcondities
5.3 Transport op de bouwplaats

6. Montagevoorbereiding

6.1 Montagevoorwaarden en keuze van de montageplaats
6.2 Benodigd gereedschap
6.3 Dimensionering van de primaire aan- en retourleiding

7. Montage en aansluiting

7.1 Verdeler ophangen
7.2 Primaire aansluiting links of rechts plaatsen
7.3 Aansluiten op de cv- of warmtebron
7.4 Aansluiten van de vloerverwarmingsbuis (euroconus 3/4")
7.5 Monteren van flowmeter
7.6 Voetventielen
7.7 Uitbreiden van de verdeler en aansluiten externe pompgroep
7.8 Zoneregeling: monteren van zonemotoren (M30x1,5)

8. Vullen, ontluchten en afpersen

8.1 Afpersen van de installatie
8.2 Vullen van het systeem
8.3 Ontluchten per groep
8.4 Toepassen van glycol

9. Inbedrijfstelling en inregelen

9.1 Inregelen flow
9.2 Geleidelijk opstoken van de vloer
9.3 Inzet voor koeling en voorkomen van condens

10. Onderhoud en service

10.1 Periodieke controle
10.2 Vervangen van onderdelen
10.3 Reiniging

11. Storingen

11.1 Storingstabel
11.2 Wanneer u contact opneemt

12. Milieu en afvalverwijdering

1. Inleiding


1.1 Over deze handleiding

Deze handleiding beschrijft de installatie, inbedrijfstelling, het gebruik en het onderhoud van de pomploze vloerverwarmingsverdelers van Hulqua. Deze handleiding is van toepassing op de volgende uitvoering:

Compacte verdeler composiet (PP-RCT)

De handleiding geldt uitsluitend voor de pomploze uitvoeringen. De verdeler kan wel worden aangesloten op een externe pompgroep, bijvoorbeeld wanneer de installatie een eigen circulatie of een gescheiden temperatuurniveau vereist. Maakt u gebruik van een externe pompgroep, raadpleeg dan aanvullend de handleiding die bij die pompgroep hoort. 

Deze handleiding wordt digitaal uitgegeven, als pdf-bestand en als webversie op www.hulqua.com. De onlineversie is altijd leidend. Daar vindt u steeds de meest recente uitgave. Een gedownload of afgedrukt exemplaar kan in de loop van de tijd verouderen. Controleer daarom vóór elke installatie of u over de actuele versie beschikt. U herkent dit aan het versienummer en de datum die onderaan elke pagina (pdf) en in de voettekst (web) staan vermeld.

Deze handleiding is bestemd voor vakbekwame installateurs en monteurs die bekend zijn met de geldende normen en voorschriften voor centrale verwarming en vloerverwarming. De installatie en inbedrijfstelling dienen door een vakbekwame installateur te worden uitgevoerd. Het opvolgen van deze handleiding en de meegeleverde gebruiksinstructies is een voorwaarde voor de garantie. Lees de handleiding volledig door voordat u met de montage begint en voer de beschreven handelingen altijd in de aangegeven volgorde uit. Draag bij oplevering de link naar de online handleiding over aan de gebruiker of beheerder van de installatie.


1.2 Fabrikant en contactgegevens

Hulqua
Kerkenbos 1077 (Unit V)
6546 BB Nijmegen
Nederland
KvK 94026556

Website:        www.hulqua.com
Telefoon:       +31 (0)6 2162 6253
E-mail:           info@hulqua.com

Voor vragen over de toepassing, montage of garantie verwijzen wij u naar uw leverancier.


1.3 Copyright en aansprakelijkheid

Copyright
Alle teksten, afbeeldingen en illustraties in deze handleiding zijn eigendom van Hulqua. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen of openbaar gemaakt in welke vorm dan ook, online of offline zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Hulqua. Het is niet toegestaan de webversie of het pdf-bestand geheel of gedeeltelijk over te nemen of op een andere website te publiceren.

Disclaimer
Deze handleiding is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Omdat onze producten doorlopend worden verbeterd, kan de uitvoering op detailniveau afwijken van wat in deze handleiding is beschreven. Alle vermelde waarden en maten zijn indicatief. Hulqua behoudt zich het recht voor de producten en deze handleiding zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.

Hulqua is niet aansprakelijk voor schade of letsel die voortvloeit uit het niet of onvolledig opvolgen van de instructies en waarschuwingen in deze handleiding. Dit geldt in het bijzonder bij:

  • Ondeskundig of onjuist transport, opslag, montage, gebruik of onderhoud.
  • Gebruik voor andere toepassingen of onder andere omstandigheden dan in deze handleiding beschreven.
  • Het gebruik van andere dan de voorgeschreven onderdelen.
  • Aanpassingen of reparaties zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Hulqua.

Op al onze leveringen zijn onze Algemene Verkoop- en Leveringsvoorwaarden van toepassing. Deze zijn op aanvraag verkrijgbaar en zijn ook in te zien op www.hulqua.com


1.4 Gebruikte symbolen en waarschuwingsniveaus

In deze handleiding worden drie niveaus gebruikt om u te wijzen op risico's en belangrijke informatie. Elk niveau heeft een eigen pictogram en signaalwoord. Volg de bijbehorende instructies altijd nauwgezet op.

2. Veiligheid


Dit hoofdstuk bevat de veiligheidsinformatie die u moet kennen vóór transport, montage, gebruik en onderhoud van de compacte verdeler composiet. Lees het volledig door en houd u te allen tijde aan de instructies. De pictogrammen uit hoofdstuk 1 keren hier terug en geven het niveau van elke waarschuwing aan.


2.1 Algemene veiligheidsinstructies

De verdeler mag uitsluitend worden geïnstalleerd, in bedrijf gesteld en onderhouden door een vakbekwame installateur die bekend is met de geldende normen en voorschriften. Neem altijd de plaatselijke wet- en regelgeving in acht.

Maak de installatie vóór elke ingreep volledig drukloos en, als er zonemotoren of een regeling zijn aangesloten, spanningsloos. Sluit de aanvoer- en retourkogelkraan en laat de druk gecontroleerd af via het aftap- en vulpunt.

De temperatuur van het water en van het oppervlak van de verdeler is afhankelijk van de warmtebron en de instellingen van de installatie, en kan in de praktijk variëren. Ook bij relatief lage temperaturen bestaat al kans op verbranding (vanaf ongeveer 42 °C). Vermijd daarom direct lichamelijk contact en laat de installatie eerst afkoelen voordat u eraan werkt.

De maximale werkdruk van de verdeler bedraagt 6 bar. Overschrijd deze waarde nooit. Een te hoge druk kan afdichtingen, koppelingen, flowmeters en andere appendages beschadigen en tot lekkage leiden.


Verdere algemene instructies:

  • Controleer de verdeler vóór montage op transportschade. Installeer een beschadigde verdeler niet.
  • Zorg dat de verdeler waterpas en op de meegeleverde ophangsteunen wordt gemonteerd, zodat hij correct kan ontluchten.
  • Verhoog de aanvoertemperatuur bij een nieuwe vloer altijd geleidelijk, in overleg met de installateur en de vloerleverancier, om scheurvorming te voorkomen.
  • Laat onbevoegden, kinderen en personen die de werking niet kennen niet zonder toezicht aan de verdeler werken of deze instellen.
  • Treedt er een storing op? Maak de installatie dan direct drukloos (en zo nodig spanningsloos) en schakel uw installateur in. Meld storingen via uw leverancier.


2.2 Beoogd gebruik

De compacte verdeler composiet is bestemd voor het verdelen en samenvoegen van water in de circuits van een vloerverwarming- en/of vloerkoelsysteem, binnen een gesloten installatie en kan ook worden gebruikt voor wandverwarming -en/of wandkoelsystemen en ook voor plafondverwarming -en/of plafondkoelsystemen. De verdeler is geschikt voor:

  • Toepassing bij lage aanvoertemperatuur, zoals bij een warmtepompinstallatie.
  • Zowel verwarmen als koelen.
  • Water, eventueel met een toevoeging van maximaal 50% glycol.
  • Een maximale werkdruk van 6 bar.


De groepen worden ingeregeld via de dubbel instelbare groepsafsluiters op de verdeler zelf. Zie ook hoofdstuk 9. Losse flowmeters zijn bij deze uitvoering optioneel. Zonder deze optie is de flow niet direct afleesbaar, maar wel instelbaar. Flowmeters kunnen ook achteraf gemonteerd worden.

In de standaarduitvoering kunnen de groepen niet volledig worden afgesloten. Is volledige afsluiting van een groep vereist (bijvoorbeeld voor onderhoud aan één circuit terwijl de overige groepen in bedrijf blijven), dan is dat alleen mogelijk met de optionele voetventielen. Deze dienen al gemonteerd te zijn op te verdeler.



De verdeler is uitsluitend bedoeld voor montage en gebruik binnen, in een droge, vorstvrije ruimte. Elk ander gebruik geldt als niet-beoogd. Bij niet-beoogd gebruik vervalt de garantie en aanvaardt Hulqua geen aansprakelijkheid.


2.3 Te voorzien verkeerd gebruik

Voorkom in elk geval de volgende situaties:

  • Het overschrijden van de maximale werkdruk van 6 bar of de toegestane temperatuur.
  • Het gebruik van andere media dan water of een water-glycolmengsel met meer dan 50% glycol, of het toevoegen van agressieve of niet-voorgeschreven middelen.
  • Het vullen van het systeem met ongefilterd of vervuild water.
  • Opstelling buiten, of in een ruimte waar vorst kan optreden.
  • Het optillen of dragen van de verdeler aan de flowmeters, kogelkranen of groepsafsluiters.
  • Het aanbrengen van wijzigingen aan de verdeler of het vervangen van onderdelen door niet-originele onderdelen

Bij toepassing als koeling kan condensvorming optreden op de leidingen. Bij de verdeler behuizing is condens uitgesloten door de dikke wanddikte van PP-RCT. Tref passende maatregelen tegen condens (zie het hoofdstuk over inbedrijfstelling) om vocht- en waterschade te voorkomen.


2.4 Persoonlijke beschermingsmiddelen

Draag tijdens montage- en onderhoudswerkzaamheden altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Veiligheidshandschoenen.
  • Veiligheidsschoenen.
  • Een veiligheidsbril.
  • Geschikte, beschermende werkkleding.


Werkt u aan een installatie die in bedrijf is geweest? Houd er dan rekening mee dat onderdelen en water heet kunnen zijn en draag beschermende handschoenen.


2.5 Verantwoordelijkheid van de installateur

De installateur is ervoor verantwoordelijk dat de verdeler vakkundig en volgens deze handleiding wordt geïnstalleerd en in bedrijf gesteld. Dit houdt onder meer in:

  • Het naleven van alle geldende lokale wetten, normen en voorschriften.
  • Het correct dimensioneren en aansluiten van de primaire leidingen en de circuits.
  • Het controleren van de dichtheid en de juiste werking na installatie.
  • Het instrueren van de gebruiker over de bediening en het veilig gebruik van de installatie.
  • Het overdragen van (de link naar) deze handleiding aan de gebruiker of beheerder.


Het correct installeren, gebruiken en onderhouden van de verdeler volgens deze handleiding is een voorwaarde voor de garantie (zie het hoofdstuk Garantie).

3. Productbeschrijving


3.1 Werking van de verdeler

De compacte verdeler composiet verdeelt het water van de warmtebron over de afzonderlijke vloerverwarmingscircuits (groepen) en voegt het terugkerende water weer samen. De verdeler bestaat uit twee balken: een aanvoerbalk en een retourbalk.

Het water stroomt via de aanvoerkogelkraan (rode kraan) de aanvoerbalk in en wordt daar over de groepen verdeeld. Vervolgens doorloopt het water de vloercircuits en komt het via de retourbalk en de retourkogelkraan (blauwe kraan) terug naar de warmtebron.

Op de retourbalk bevinden zich de dubbel instelbare groepsafsluiters. Hiermee kunt u de doorstroming per groep al instellen zonder losse flowmeters. Zie ook hoofdstuk 9. De groepsafsluiter combineert een handmatige debietinstelling met een thermostatische voorbereiding (M30x1,5) voor zonemotoren ten behoeve van ruimteregeling. Wilt u het debiet per groep exact aflezen, dan is dat mogelijk met de optionele flowmeters.


stromingsrichting water vloerverwarming compacte verdeler

De verdeler is een pomploze uitvoering. Hij bevat zelf geen circulatiepomp. De circulatie wordt verzorgd door de pomp van de warmtebron (bijvoorbeeld een warmtepomp) of door een afzonderlijke pompgroep in de installatie. De verdeler kan hiervoor met een externe pompgroep worden uitgebreid.


3.2 Productkenmerken

De compacte verdeler composiet onderscheidt zich door de behuizing van PP-RCT, een hoogwaardig kunststof dat speciaal geschikt is voor verwarmings- en koeltoepassingen. De belangrijkste kenmerken:

  • Compacte opbouw. Kleinere afmetingen dan de open verdelers (composiet/RVS), voor toepassing waar minder inbouwruimte beschikbaar is.
  • Lekkagevrij. De verdelerbalk is uit één geheel vervaardigd, zonder lasnaden of koppelingen in de balk zelf.
  • PP-RCT met dikke wanddikte. Een robuuste, duurzame materiaalkeuze met een lange levensduur.
  • Minder energieverlies. Kunststof isoleert beter dan metaal, waardoor er minder warmte verloren gaat.
  • Geen condens- en roestvorming. Daardoor uitermate geschikt voor zowel verwarmen als koelen.
  • Installatiegemak. Overzichtelijke opbouw met inbegrepen kogelkranen en voorgemonteerde onderdelen, robuuste ophangbeugels en ingegoten messing inserts, een bewezen principe.
  • Dubbel instelbare groepsafsluiters. Debiet per groep handmatig instelbaar, ook voorbereid voor thermostatische zonemotoren.
  • Uitbreidbaar met opties. Flowmeters zijn achteraf te monteren, ook nadat de verdeler al in bedrijf is genomen. Voetventielen dienen vooraf gemonteerd te zijn.
  • Uitbreidbaar. De verdeler kan worden uitgebreid en is voorbereid op aansluiting van een externe pompgroep.


3.3 Onderdelen en opbouw

De verdeler is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

De primaire aansluitingen (1") en de kogelkranen kunnen zowel links als rechts worden geplaatst. Ook is het mogelijk om de aanvoer kogelkraan op de bovenste verdelerbalk te monteren en de retour kogelkraan op de onderste verdelerbalk. Let er wel op dat de ontluchting op de bovenste kraan is gemonteerd. Hou er ook rekening mee dat eventuele flowmeters altijd op de retourbalk gemonteerd moeten zijn in verband met de werking.

Het gebruik van voetventielen is niet meer mogelijk als de onderste verdelerbalk als retour dient en er flowmeters zijn gemonteerd op de deze verdelerbalk. De groepen zijn dan niet meer afzonderlijk af te sluiten.

Hou bij het bepalen van de montagepositie rekening met de gekozen geometrie, zodat de aansluiting op de warmtebron logisch uitkomt.


3.4 Toepassing: verwarmen en koelen

De compacte verdeler composiet is geschikt voor zowel het verwarmen als het koelen van vloeren. Omdat de behuizing van PP-RCT niet roest en de kans op condensvorming op de behuizing uitgesloten is, kan de verdeler veilig in een koeltoepassing worden ingezet. Bij koeling kan wel condens op de leidingen ontstaan. Tref daarom altijd passende maatregelen om vocht- en waterschade te voorkomen (zie het hoofdstuk over inbedrijfstelling).


3.5 Geschiktheid voor lage aanvoertemperatuur en warmtepomp

De verdeler is ontworpen voor toepassing bij lage aanvoertemperaturen, zoals die voorkomen bij een warmtepompinstallatie. De verdeler kan worden uitgebreid met een externe pompgroep wanneer dit voor de installatie nodig is. De maximale werkdruk bedraagt 6 bar en het systeemwater mag tot maximaal 50% glycol bevatten.

4. Technische gegevens


4.1 Algemene specificaties

Kenmerk

Waarde

Materiaal behuizing PP-RCT
Aantal groepen 1 t/m 14
Maximale werkdruk 6 bar
Toegestaan medium Water, eventueel met max. 50% glycol
Toepassing Verwarmen en koelen
Meetbereik flowmeters 1 t/m 3,5 l/min
Onderlinge afstand groepen

5 cm


4.2 Afmetingen per aantal groepen

De hoogte (20 cm) en de diepte (16 cm) zijn voor elke uitvoering gelijk. De breedte neemt per extra groep met 5 cm toe. Als de verdeler is uitgevoerd met voetventielen dan is de hoogte 22,5 cm


afmetingen compacte verdeler voor vloerverwarming

afmetingen compacte verdeler voor vloerverwarming met flowmeters en voetventielen

Aantal groepen

Hoogte (cm)

Breedte (cm)

Diepte (cm)

1 20 / 22.5 32 16
2 20 / 22.5 37 16
3 20 / 22.5 42 16
4 20 / 22.5 47 16
5 20 / 22.5 52 16
6 20 / 22.5 57 16
7 20 / 22.5 62 16
8 20 / 22.5 67 16
9 20 / 22.5 72 16
10 20 / 22.5 77 16
11 20 / 22.5 82 16
12 20 / 22.5 87 12
13 20 / 22.5 92 12
14 20 / 22.5 97 12


Houd bij de montagepositie rekening met voldoende ruimte voor de kogelkranen aan de aanvoer- en retourzijde.


4.3 Aansluitmaten en materialen

Onderdeel

Specificatie

Primaire aansluitingen (aanvoer/retour) 1” links en rechts
Behuizing PP-RCT met dikke wanddikte
Kogelkranen Recht, inbegrepen
Aansluiting vloerverwarmingsbuis 3/4" euroconus
Flowmeters Optie, ook achteraf monteerbaar, 1 t/m 3.5 l/min
Groepsafsluiters M30x1,5 voorbereid voor zonemotoren
Voetventielen Optie. Vooraf te monteren op onderste verdelerbalk
Ontluchters Aanwezig
Ontluchter automatisch Optie
Aftap -en vulpunten Aanwezig
Temperatuuraflezing Thermometer op aanvoer -en retourzijde.
Drukaflezing Manometer (optie)
Ophangbeugels Gemonteerd aanwezig
Bevestigingsmiddelen Aanwezig

5. Transport en opslag


Dit hoofdstuk beschrijft hoe u de verdeler na ontvangst controleert, opslaat en op de bouwplaats verplaatst. Een zorgvuldige behandeling voorkomt schade en is van belang voor de garantie.


5.1 Levering en controle bij ontvangst

Controleer de verdeler bij aflevering, en in elk geval binnen 7 dagen na ontvangst, op volledigheid en op (transport)schade. Vergelijk het geleverde met uw bestelling en controleer of ook de los meegeleverde onderdelen, de kogelkranen met temperatuuraflezing, de blindstoppen voor de andere zijde en de bevestigingsmaterialen compleet zijn.

De kogelkranen en blindstoppen worden bewust los meegeleverd. Dat voorkomt transportschade en geeft u bij de montage de vrijheid om voor een linkse of rechtse uitvoering te kiezen (zie hoofdstuk 7). Ook de ophangbeugels worden los meegeleverd zodat de keuze voor de aanvoer -en retourbalk ook vrij is om te kiezen voor een boven – of benedenaansluiting. Het kan voorkomen dat de kogelkranen, blindstoppen en ophangbeugel wel gemonteerd zijn geleverd.

Neemt u de zending zonder opmerkingen op de vrachtbrief of het ontvangstbewijs aan, dan geldt dat als bewijs dat de verpakking bij aflevering in goede staat verkeerde. Noteer zichtbare schade daarom direct op de vrachtbrief bij ontvangst.

Meld zichtbare gebreken of transportschade binnen 48 uur na levering schriftelijk bij uw leverancier. Niet-zichtbare gebreken meldt u binnen 48 uur na ontdekking, en uiterlijk binnen 6 maanden na levering. Installeer een beschadigde verdeler niet.


5.2 Opslagcondities

Bewaar de verdeler tot aan de montage in de originele verpakking en neem de volgende condities in acht:

  • Sla de verdeler droog en vorstvrij op.
  • Stel de verdeler niet bloot aan extreme droogte, kou of vocht, en niet aan direct zonlicht. Langdurige blootstelling kan het materiaal aantasten en sluit garantie uit.
  • Houd de aansluitingen en openingen afgedekt, zodat er geen vuil of stof in de verdeler komt.
  • Plaats geen zware lasten op of tegen de verdeler en stapel verdelers niet onbeschermd op elkaar.


5.3 Transport op de bouwplaats

Houd de verdeler tijdens transport op de bouwplaats zo lang mogelijk in de originele verpakking en verplaats hem voorzichtig.

Draag de verdeler altijd aan de behuizing (de balken). Til of draag hem nooit aan de flowmeters of de groepsafsluiters; deze onderdelen kunnen daardoor beschadigen of gaan lekken. Als de kogelkranen en blindstoppen los, in de verpakking, zijn meegeleverd. Bewaar deze tot de montage zorgvuldig bij de verdeler.

6. Montagevoorbereiding


Dit hoofdstuk beschrijft wat u vóór de montage controleert, kiest en gereed legt. Een goede voorbereiding zorgt voor een soepele installatie en een goed werkende verdeler.


6.1 Montagevoorwaarden en keuze van de montageplaats

Bepaal vóór de montage een geschikte plaats voor de verdeler. Houd daarbij rekening met het volgende:

  • De verdeler wordt binnen geïnstalleerd, in een droge en vorstvrije ruimte.
  • De ondergrond of wand moet stabiel zijn en het gewicht van de gevulde verdeler kunnen dragen.
  • Er moet voldoende vrije ruimte rondom de verdeler zijn om de leidingen aan te sluiten, de flowmeters af te lezen, te ontluchten en onderhoud te kunnen uitvoeren. Houd, indien mogelijk ook ruimte vrij voor een eventuele uitbreiding of een externe pompgroep.
  • Stel de verdeler niet bloot aan direct zonlicht of aan een directe warmtebron.
  • Reken bij de breedte van een verdelerkast of nis op de afmetingen uit hoofdstuk 4 (hoogte 22,5 cm, diepte 16 cm), breedte afhankelijk van het aantal groepen).


Monteer de verdeler waterpas op de meegeleverde ophangsteunen. Alleen dan kan de verdeler correct ontluchten en wordt geluidsoverlast voorkomen. Een scheef gemonteerde verdeler is lastig te ontluchten.

Bepaal vóór de montage of u een linkse of rechtse uitvoering wilt. Omdat de kogelkranen en blindstoppen los meegeleverd kunnen zijn, kiest u zelf aan welke zijde de primaire aansluiting (1") komt. Laat dit logisch uitkomen op de aansluiting van de warmtebron. Dit geld ook voor een boven – of benedenaansluiting.

Controleer vóór het boren of zich geen leidingen of elektrische bedrading in de wand bevinden, en draag de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (zie hoofdstuk 2).


6.2 Benodigd gereedschap

Leg vóór de montage het volgende gereedschap gereed:

  • Boormachine met passende boren voor de bijgeleverde pluggen en schroeven voor het bevestigen van de ophangsteunen.
  • Waterpas.
  • Steeksleutel voor de primaire aansluitingen (1") en de kogelkranen.
  • Een sleutel voor de euroconusaansluitingen (3/4") van de vloerverwarmingsbuis.
  • Een pijp- of buissnijder om de vloerverwarmingsbuis recht af te snijden, plus een ontbramer.
  • Schroevendraaier.
  • Een vulslang en een ontluchtingssleutel (meegeleverd) voor het vullen en ontluchten.
  • De persoonlijke beschermingsmiddelen uit hoofdstuk 2.


gereedschap voor installeren vloerverwarmingsverdeler

6.3 Dimensionering van de primaire aan- en retourleiding

De aanvoer- en retourleiding tussen de warmtebron en de verdeler moeten voldoende capaciteit hebben. Een te krappe leidingdiameter beperkt de doorstroming. De verdeler wordt dan onvoldoende doorstroomd en de circuits worden niet gelijkmatig warm (of koud). De benodigde diameter neemt toe naarmate het aantal groepen groter is en de leiding langer is.

Wordt de aanvoer- en retourleiding te krap gedimensioneerd, dan komt er onvoldoende doorstroming op de verdeler en functioneert de installatie niet optimaal.

7. Montage en aansluiting


Dit hoofdstuk beschrijft stap voor stap hoe u de verdeler ophangt en aansluit. Voer de stappen uit in de aangegeven volgorde en houd u aan de veiligheidsinstructies uit hoofdstuk 2.


7.1 Verdeler ophangen

De compacte verdeler wordt altijd als één geheel geleverd, met de ophangbeugels al gemonteerd. Alleen de kogelkranen en blindstoppen kunnen los zijn meegeleverd (zie 7.2), zodat u zelf kunt kiezen aan welke zijde de primaire aansluiting komt.



ophanging compacte composiet verdeler voor vloerverwarming


Positionering
Houd de complete verdeler tegen de gewenste montageplaats. Markeer de boorgaten nauwkeurig via de gewenste gaten in de beugel. Er zijn 6 mogelijke boorposities. Kies bij voorkeur minimaal 3, maar bij voorkeur 4 posities om de verdeler te bevestigen.


Uitlijning
Controleer met een waterpas of de verdeler exact horizontaal hangt.


Uitlijnen en ophangen compacte verdeler voor vloerverwarming

Boren
Boor de gemarkeerde gaten op de montageplaats.


Voorbevestiging
Plaats de meegeleverde pluggen in de boorgaten en schroef de verdeler handvast tegen de montageplaats.


Fixatie
Controleer de uitlijning nogmaals met een waterpas en corrigeer indien nodig. Draai daarna alle schroeven definitief vast.


7.2 Primaire aansluiting links, rechts of gevlinderd plaatsen

De kogelkranen en blindstoppen kunnen los zijn meegeleverd, zodat u zelf de zijde van de primaire aansluiting bepaalt.

  1. Monteer de meegeleverde kogelkranen aan de gekozen zijde: de aanvoerkogelkraan op de aanvoerbalk met flowmeters en de retourkogelkraan op de retour balk met groepsafsluiters.
  2. Plaats aan de andere zijde de meegeleverde blindstoppen.
  3. De aansluitingen kunnen ook gevlinderd worden aangesloten
  4. De aanwezige afdichtingen op de 1” aansluitingen dienen als afdichting maar het is aan te bevelen om bij deze aansluitingen extra afdichting zoals teflon of hennep te gebruiken. Als met Loctite gebruikt dan is het raadzaam on dit in de werkplaats vooraf te doen en minimaal 1 dag te laten drogen.


aansluiten vloerverwarmingsverdeler compact


Houd er bij de montagepositie rekening mee dat de aanvoerkogelkraan en retourkogelkraan is voorzien van een thermometer zodat u de temperaturen goed kunt aflezen. Is een kraan ook voorzien van een manometer dan kan men ook de druk aflezen.


7.3 Aansluiten op de warmtebron

  1. Maak de installatie drukloos en, indien van toepassing, spanningsloos voordat u aansluit.
  2. Sluit de aanvoer- en retourleiding van de warmtebron aan op de primaire aansluitingen (1") via de gemonteerde kogelkranen.
  3. Spoel zo nodig het primaire systeem door voordat u de verdeler in bedrijf neemt.


aansluiten compacte verdeler voor vloerverwarming op warmtepomp


Werk uitsluitend aan een drukloze en spanningsloze installatie. Sluit de aanvoer- en retourkogelkraan en laat de druk gecontroleerd af voordat u begint.


7.4 Aansluiten van de vloerverwarmingsbuis (euroconus 3/4")

Sluit elke groep als volgt aan op de 3/4"-euroconusaansluiting:

  1. Snijd de vloerverwarmingsbuis recht af en ontbraam het uiteinde.
  2. Schuif de euroconische wartelmoer over de buis, gevolgd door de klemring.
  3. Steek de steunbus (tule) in de buis tot aan de kraag.
  4. Schuif de klemring terug tot tegen de steunbus.
  5. Schroef de wartelmoer op de euroconusaansluiting en draai deze waterdicht aan.
  6. Herhaal dit voor elke groep. Beste om van links naar rechts of andersom te werken. Een speciale steeksleutel is bij uw leverancier verkrijgbaar als uw achteraf de aansluiting van de groepen wil bereiken



Snijd de buis altijd recht af en ontbraam het uiteinde. Een schuin of bramig uiteinde geeft een slechte afdichting en kan tot lekkage leiden. Draai de wartelmoer niet te vast aan. Met ongeveer 25-30 Nm


7.5 Monteren van flowmeter

Flowmeters zijn bij de compacte verdeler optioneel en kunnen, in tegenstelling tot voetventielen, ook achteraf worden gemonteerd, ook wanneer de verdeler al in bedrijf is.

  1. Maak de installatie drukloos voordat u begint.
  2. Verwijder de slangen van de groepen op de retourbalk.
  3. Draai de flowmeters op de vrijgekomen aansluitingen. Gebruik twee steeksleutels hiervoor. Eén voor het vastdraaien en één voor het tegenhouden van de flowmeter. Zie afbeelding hieronder bij de gemarkeerde plekken. Op deze manier kan de flowmeter zonder problemen worden vastgedraaid. Draai zover totdat niet meer verder gedraaid kan worden maar niet te vast.
  4. Snij de slangen op de juiste lengte en herhaal de stappen van paragraaf 7.4
  5. De haakse kranen kunnen bij het monteren van de flowmeters wat verdraaien. Controleer of alle aansluitingen nog correct zijn aangesloten en draai deze, waar nodig weer vast.
  6. Zet de installatie onder druk.
  7. Controleer de aansluitingen op lekkages.

monteren flowmeters vloerverwarming

Het instellen van het gewenste debiet met behulp van de flowmeter wordt behandeld in hoofdstuk 9 (Inbedrijfstelling en inregelen).


7.6 Voetventielen

Voetventielen zijn bij de compacte verdeler een fabrieksoptie. Ze worden in de fabriek gemonteerd en kunnen niet achteraf door de installateur worden toegevoegd. Wilt u de mogelijkheid om groepen volledig af te sluiten, geef dit dan door bij de bestelling.


voetventielen voor groepsafsluiting verdeler compact voor vloerverwarming


De voetventielen maken het mogelijk om een groep volledig af te sluiten, bijvoorbeeld bij onderhoud aan één circuit, terwijl de overige groepen in bedrijf blijven (zie ook 2.2 en 2.3). Zonder voetventielen kan een groep via de groepsafsluiter alleen worden teruggeregeld, maar niet volledig worden afgesloten.


7.7 Uitbreiden van de verdeler en aansluiten externe pompgroep

De verdeler is uitbreidbaar. Op de plaats van een blindstop kan de verdeler worden uitgebreid. Ook kan de verdeler worden aangesloten op een externe pompgroep. Volg voor de aansluiting en instelling van een externe pompgroep de handleiding van de betreffende pompgroep.


7.8 Zoneregeling: monteren van zonemotoren

De groepsafsluiters op de retourbalk zijn thermostatisch voorbereid (M30x1,5) en geschikt voor thermische zonemotoren ten behoeve van de ruimteregeling.

  1. Verwijder de beschermkap van de groepsafsluiter.
  2. Schroef de zonemotor met de M30x1,5-aansluiting op de groepsafsluiter.
  3. Sluit de zonemotor aan op de ruimteregeling.


Laat de elektrische aansluiting uitvoeren door een bevoegd persoon en werk spanningsloos.

Gebruik uitsluitend zonemotoren met de juiste M30x1,5-aansluiting, zodat de groepsafsluiter goed sluit en niet beschadigt.

8. Vullen, ontluchten en afpersen


Dit hoofdstuk beschrijft hoe u het systeem vult, ontlucht en op dichtheid controleert. Voer deze stappen uit nadat de verdeler is gemonteerd en alle groepen zijn aangesloten (hoofdstuk 7).

Is uw verdeler voorzien van de optionele voetventielen, dan kunt u elke groep afzonderlijk volledig afsluiten en dus groep voor groep te werk gaan. Zonder voetventielen (de standaarduitvoering) kan een groep via de groepsafsluiter niet volledig worden afgesloten; u dient de stappen hieronder dan ook op alle groepen tegelijk uit te voeren. Zie 7.6 voor meer over de voetventielen.


8.1 Vullen van het systeem

Met voetventielen:
Vul de installatie groep voor groep, zodat u elke groep afzonderlijk doorspoelt en de lucht eruit drijft.

  1. Sluit alle groepen: draai de groepsafsluiters dicht en sluit de voetventielen.
  2. Sluit een vulslang aan op het vulpunt van de aanvoerzijde en een afvoerslang op het aftappunt van de retourzijde.
  3. Open het voetventiel en de groepsafsluiter van de eerste groep.
  4. Vul en spoel deze groep door tot er helder water zonder luchtbellen uit komt.
  5. Sluit de groep weer en open de volgende. Herhaal dit voor alle groepen.
  6. Open na het vullen alle groepen en breng het systeem op de bedrijfsdruk.

Zonder voetventielen:
Omdat een groep niet volledig kan worden afgesloten, is groep-voor-groep isoleren niet mogelijk. Vul en spoel daarom alle groepen gelijktijdig.

  1. Zet alle groepsafsluiters open.
  2. Sluit een vulslang aan op het vulpunt van de aanvoerzijde en een afvoerslang op het aftappunt van de retourzijde.
  3. Vul en spoel het systeem door tot er bij alle groepen helder water zonder luchtbellen uit komt. Dit kan meer water en tijd vergen dan bij een uitvoering met voetventielen, omdat u niet één groep geïsoleerd kunt doorspoelen.
  4. Breng het systeem op de bedrijfsdruk.
  5. Vul de installatie uitsluitend met schoon water. Vervuild of ongefilterd water kan de groepsafsluiters, eventuele flowmeters en ontluchters aantasten of verstoppen.


Vul de installatie uitsluitend met schoon water. Vervuild of ongefilterd water kan de flowmeters, afsluiters en ontluchters aantasten of verstoppen.


8.2 Ontluchten per groep

De verdeler kan voorzien zijn van een automatische ontluchter die tijdens bedrijf voortdurend lucht afvoert. Daarnaast ontlucht u na het vullen handmatig:

  1. Open alle groepen.
  2. Ontlucht de verdeler via de ontluchters op de balken tot er water zonder lucht uit komt.
  3. Als de verdeler is uitgevoerd met een automatische ontluchter, controleer of deze geopend (in bedrijf) staat.
  4. Herhaal het ontluchten de eerste dagen na inbedrijfstelling; door de werking van het systeem komt nog opgesloten lucht vrij.


Een verdeler die waterpas hangt, ontlucht het best (zie hoofdstuk 7). Hangt de verdeler scheef, dan blijft er gemakkelijk lucht achter.


8.3 Afpersen (dichtheidscontrole)

Controleer na het vullen en ontluchten of de installatie dicht is.

  1. Breng het systeem op de voorgeschreven beproevingsdruk.
  2. Houd de druk gedurende de voorgeschreven tijd op peil en controleer of deze niet wegzakt.
  3. Controleer alle aansluitingen (de primaire aansluitingen, de kogelkranen, de euroconus aansluitingen en de blindstoppen) op lekkage.
  4. Draai een lekkende verbinding voorzichtig na. Blijft de lekkage bestaan, demonteer dan de verbinding en controleer de afdichting.


Overschrijd nooit de maximale werkdruk van 6 bar van de verdeler. Voer de dichtheidsbeproeving uit volgens de geldende norm en de voorschriften van de buisfabrikant, maar houd de druk op de verdeler altijd onder deze grenswaarde.

Een installatie onder druk kan bij een plotselinge lekkage water wegspuiten. Draag een veiligheidsbril en houd er rekening mee dat het water heet kan zijn als de installatie in bedrijf is geweest.


8.4 Toepassen van glycol

Het systeemwater mag een toevoeging van maximaal 50% glycol bevatten, bijvoorbeeld als vorstbescherming of bij een koeltoepassing.

  1. Meng het water en de glycol vooraf in de juiste verhouding.
  2. Vul de installatie met het mengsel volgens de stappen in 8.1.
  3. Controleer en noteer de concentratie van het mengsel.


Gebruik uitsluitend glycol in een concentratie van maximaal 50%. Een hogere concentratie of een ander, niet-voorgeschreven middel kan de verdeler en de afdichtingen aantasten.

9. Inbedrijfstellen en inregelen

Dit hoofdstuk beschrijft hoe u de installatie in bedrijf stelt en de groepen inregelt. Voer deze stappen uit nadat het systeem is gevuld, ontlucht en op dichtheid gecontroleerd (hoofdstuk 8).


9.1 Inregelen van de flow via de groepsafsluiter

De groepsafsluiters (haakse kranen) zijn dubbel instelbaar. Dit betekent dat dezelfde haakse kraan twee functies combineert:

  • Als groepsafsluiter, waarmee u een groep open of dicht kan draaien.
  • Als inregelafsluiter, waarmee u de flow van een groep vast instelt op een bepaalde stand. Door met een tangetje of dopsleutel maat 7 de juiste stand in te stellen. In het voorbeeld hieronder staat de inregelstand op 2,5.

inregelstand dubbel instelbare kraan voor compacte  verdeler vloerverwarming

Zodra de kraan op een bepaalde stand is ingesteld, keert deze bij het dicht- en weer opendraaien altijd terug naar diezelfde stand. Zo blijft de ingeregelde flow behouden, ook als u de groep tijdelijk dichtdraait, bijvoorbeeld voor onderhoud.

Instellen van de gewenste flow (inregelstand) gaat als volgt:

  1. Bepaal per groep het benodigde debiet (l/h) van de betreffende ruimte, en het beschikbare drukverschil (kPa) over de verdeler.
  2. Zoek in het bijbehorende diagram (zie afbeelding) de stand op die bij dit debiet en drukverschil hoort. In dit voorbeeld hoort een debiet van 150 l/h (2,5 l/min) en een drukverlies van 7 Kpa bij een bepaalde groep vloerverwarming en kan men de inregelstand 2,6 aflezen in de het diagram.
  3. Verwijder het witte kapje van de kraan.
  4. Draai de groepsafsluiter met tangetje of dopsleutel maat 7 naar de gevonden stand.


bepalen inregelstand voor juiste flow compacte vloerverwarmingsverdeler

Deze methode is geschikt wanneer er geen flowmeters zijn gemonteerd. U heeft dan het diagram en de berekende waarden (debiet en drukverlies) nodig om de juiste stand te bepalen.

Onthoud dat de groepsafsluiter, ook in de meest dichte stand, een groep niet volledig afsluit. Wilt u een groep volledig kunnen afsluiten, dan zijn daarvoor de optionele voetventielen nodig (zie 7.6).

Bepaal de benodigde debieten vooraf op basis van het ontwerp van de vloerverwarming (groepslengte en warmte- of koelvraag per ruimte). Noteer de ingestelde waarden, zodat ze bij onderhoud of een latere controle bekend zijn.


9.2 Instellen van de groepsafsluiters

Is de verdeler voorzien van de optionele flowmeters, dan kunt u de flow rechtstreeks aflezen en hoeft u het diagram uit 9.1 niet te gebruiken.

  1. Bepaal per groep het benodigde debiet (l/h).
  2. Verwijder het witte kapje van de kraan.
  3. Draai de groepsafsluiter met een tangetje of dopsleutel maat 7 totdat de juiste flow is bereikt.
  4. De juist flow kan men aflezen op de flowmeter.

Ook bij deze methode geldt dat de ingestelde stand behouden blijft wanneer u de groep tijdelijk dichtdraait en weer opent. Het voordeel van deze methode is dat u de flow direct en nauwkeurig kunt aflezen, zonder de berekening en het diagram uit 9.1 te hoeven gebruiken.


9.3 Geleidelijk opstoken van de vloer

Een nieuwe dekvloer mag niet te snel worden opgewarmd. Te snel opstoken kan leiden tot scheurvorming in de vloer.

  1. Houd bij een nieuwe dekvloer eerst de voorgeschreven droogtijd van de dekvloer aan.
  2. Begin met een lage aanvoertemperatuur.
  3. Verhoog de aanvoertemperatuur stapsgewijs over meerdere dagen, tot de gewenste bedrijfstemperatuur is bereikt.
  4. Volg altijd het opstookprotocol van de dekvloer- en de vloerleverancier.



Stook een nieuwe vloer altijd geleidelijk en volgens het opstookprotocol van de vloerleverancier op. Te snel opwarmen kan blijvende schade aan de vloer veroorzaken.


9.4 Inzet voor koeling en voorkomen van condens

De verdeler is geschikt voor koeling en deze is door het gebruikte materiaal en de dikke wanddikte bestand tegen condens. Er kan echter wel condens ontstaan op de gebruikte leidingen en aansluitingen

  1. Zorg dat de aanvoertemperatuur bij koeling niet onder het dauwpunt van de ruimte komt.
  2. Gebruik een regeling die het dauwpunt bewaakt en de koeling daarop aanpast.
  3. Controleer of de leidingen, waar nodig, tegen condens zijn beschermd.



Tref bij koeling altijd maatregelen tegen condensvorming. Condens kan vocht- en waterschade veroorzaken aan de installatie en de omgeving.


9.5 Controle na inbedrijfstelling

Controleer tot slot of de installatie goed functioneert:

  • Lees de aanvoer- en retourtemperatuur af op de thermometers en, indien aanwezig, de druk op de manometer.
  • Controleer of alle ingeschakelde groepen doorstromen op de flowmeters.
  • Controleer alle aansluitingen nogmaals op lekkage.
  • Ontlucht de eerste dagen zo nodig opnieuw (hoofdstuk 8).


Instrueer de gebruiker of beheerder na de inbedrijfstelling over de werking en de bediening van de installatie, en draag de link naar deze handleiding over (zie hoofdstuk 1 en 2).

10. Onderhoud en service


De verdeler is vrijwel onderhoudsvrij. Een periodieke controle houdt de installatie betrouwbaar en verlengt de levensduur. Dit hoofdstuk beschrijft de controles, de eenvoudige onderhoudshandelingen en het vervangen van onderdelen.


10.1 Periodieke controle

Controleer de installatie ten minste eenmaal per jaar, bij voorkeur aan het begin van het stookseizoen:

  • Controleer de systeemdruk en, indien aanwezig, de manometer.
  • Lees de aanvoer- en retourtemperatuur af op de thermometers.
  • Controleer alle aansluitingen, de primaire aansluitingen, de kogelkranen, de euroconus aansluitingen en de blindstoppen, op lekkage.
  • Controleer of alle ingeschakelde groepen doorstromen op de flowmeters.
  • Ontlucht de verdeler zo nodig (hoofdstuk 8).
  • Controleer bij een glycolmengsel de concentratie en, bij koeling, of de bescherming tegen condens nog in orde is.


Maak de installatie vóór onderhoud drukloos en, als er een regeling is aangesloten, spanningsloos. Houd er rekening mee dat onderdelen en water heet kunnen zijn als de installatie in bedrijf is geweest; laat de installatie eerst afkoelen.


10.2 Reiniging

Houd de verdeler schoon en goed bereikbaar:

  • Neem de verdeler af met een droge of licht vochtige doek.
  • Gebruik geen agressieve of schurende reinigingsmiddelen en geen oplosmiddelen.
  • Houd de ruimte rond de verdeler droog en stofvrij.

Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of oplosmiddelen. Deze kunnen de behuizing en de onderdelen aantasten.


10.3 Vervangen van een flowmeter of groepsafsluiter

Een flowmeter of groepsafsluiter kan bij beschadiging of slijtage worden vervangen.

  1. Maak de installatie drukloos en, indien van toepassing, spanningsloos.
  2. Noteer vóór het vervangen de ingestelde debietwaarde van de betreffende groep (zie hoofdstuk 9), zodat u deze na de vervanging weer correct kunt instellen.
  3. Sluit de aanvoer- en retourkogelkraan.
  4. Tap de verdeler af via het aftappunt.
  5. Demonteer het betreffende onderdeel.
  6. Monteer het nieuwe onderdeel met de juiste afdichting en draai het waterdicht, maar niet te vast, aan.
  7. Open de kogelkranen, breng het systeem op druk en ontlucht de het systeem (hoofdstuk 8).
  8. Controleer de verbinding op lekkage en stel het debiet opnieuw in (hoofdstuk 9).


Gebruik uitsluitend originele onderdelen. Het gebruik van andere onderdelen kan tot lekkage of een slechte werking leiden en sluit garantie uit.

Voetventielen zijn een fabrieksoptie maar kunnen wel worden vervangen door deze te demonteren bij het puntstuk. Het puntstuk kan gemonteerd blijven op de behuizing van de verdeler en het nieuwe voetventiel kan op het puntstuk worden gemonteerd.


Gebruik uitsluitend originele onderdelen. Het gebruik van andere onderdelen kan tot lekkage of een slechte werking leiden en sluit garantie uit.


Noteer vóór het vervangen de ingestelde debietwaarde van de betreffende groep, zodat u deze na de vervanging weer correct kunt instellen.


10.4 Service en reserveonderdelen

Voor service, reserveonderdelen of vragen over onderhoud neemt u contact op met uw leverancier. Vermeld daarbij het type verdeler en het aantal groepen, zodat het juiste onderdeel kan worden geleverd.

11. Storingen


Dit hoofdstuk helpt u veelvoorkomende storingen te herkennen en te verhelpen. Omdat de verdeler pomploos is, wordt de circulatie verzorgd door de warmtebron of een externe pompgroep. Betrek de handleidingen bij het zoeken naar de oorzaak van een doorstromingsprobleem.

Maak de installatie vóór elke ingreep drukloos en, als er een regeling is aangesloten, spanningsloos. Laat de installatie eerst afkoelen; onderdelen en water kunnen heet zijn.


11.1 Storingstabel

Storing

Mogelijke oorzaak

Oplossing

Eén groep wordt niet of nauwelijks warm Groepsafsluiter dicht of zonemotor sluit; lucht in het circuit; debiet te laag ingesteld; vuil in het circuit Open de groepsafsluiter en controleer de zonemotor; ontlucht (H8); verhoog het debiet op de flowmeter (H9); spoel de groep door (H8)
Ongelijkmatige warmteverdeling tussen ruimten
Debieten niet of onjuist ingeregeld; groepslengtes verschillen sterk; lucht in een circuit Regel de groepen opnieuw in via de groepsafsluiter of, indien aanwezig, de flowmeter (H9); ontlucht (H8)
Groep is volledig koud, ook met geopende groepsafsluiter Onvoldoende circulatie of druk vanuit de warmtebron of pompgroep; lucht; flowmeter (indien aanwezig) vervuild of vlotter klemt Controleer de circulatie en de systeemdruk; ontlucht (H8); reinig of vervang de flowmeter (H10)
Een groep kan niet volledig worden afgesloten Standaarduitvoering zonder voetventielen: de groepsafsluiter alleen sluit een groep niet volledig af Dit is normaal gedrag bij de standaarduitvoering (zie 2.2/2.3). Is volledige afsluiting nodig, dan zijn hiervoor de voetventielen vereist (fabrieksoptie, zie 7.6)
Borrelend of stromend geluid in de verdeler Lucht in het systeem; verdeler hangt niet waterpas; te hoge stroomsnelheid Ontlucht en herhaal dit de eerste dagen (H8); controleer de waterpas montage (H7); verlaag zo nodig het debiet
Lekkage bij een aansluiting Verbinding niet goed of juist te vast aangedraaid; afdichting beschadigd of ontbreekt; buis schuin of bramig afgesneden Maak drukloos; draai voorzichtig na of demonteer en controleer de afdichting; snijd de buis recht af en ontbraam (H7)
Drukverlies in de installatie Lekkage in het systeem; te lage bijvuldruk Controleer alle aansluitingen op lekkage; vul bij tot de bedrijfsdruk; raadpleeg bij aanhoudend drukverlies uw installateur
Condens op de verdeler of leidingen (bij koeling) Aanvoertemperatuur onder het dauwpunt; geen dauwpuntbewaking; onvoldoende condensbescherming Houd de aanvoertemperatuur boven het dauwpunt; gebruik een dauwpuntregeling; breng condensbescherming aan (H9)
Groepsafsluiter of zonemotor opent of sluit niet Defecte of verkeerde zonemotor; geen spanning of regelsignaal; onjuiste M30x1,5-aansluiting Laat de zonemotor en de regeling controleren door een bevoegd persoon (spanningsloos); gebruik een zonemotor met de juiste M30x1,5-aansluiting



11.2 Wanneer u contact opneemt

Kunt u een storing niet verhelpen met behulp van de storingstabel, of vermoedt u een defect aan de verdeler? Neem dan contact op met uw leverancier. Vermeld daarbij het type verdeler, het aantal groepen en een duidelijke omschrijving van de storing.

Voer zelf geen wijzigingen of reparaties aan de verdeler uit en gebruik uitsluitend originele onderdelen. Ondeskundige ingrepen of niet-originele onderdelen kunnen schade veroorzaken en sluiten garantie uit.

12. Milieu en afvalverwerking


Hulqua hecht belang aan een verantwoorde omgang met materialen en grondstoffen. Voer de verpakking en het product aan het einde van de levensduur op de juiste manier af, gescheiden en volgens de plaatselijke regelgeving.


12.1 Verpakking

Het verpakkingsmateriaal is geschikt voor hergebruik en recycling. Scheid de verpakking (karton, kunststof folie en eventuele opvulmaterialen) en lever deze in bij de daarvoor bestemde afvalstromen.


12.2 Het product aan het einde van de levensduur

De verdeler bestaat uit een kunststof behuizing van PP-RCT en uit metalen onderdelen (zoals de kogelkranen, de aansluitingen en de groepsafsluiters). Deze materialen zijn voor een groot deel recyclebaar.

  • Demonteer de verdeler waar mogelijk en scheid de kunststof en de metalen onderdelen.
  • Lever de onderdelen in bij een erkend inzamel- of recyclingpunt, of bied ze aan via uw groothandel.
  • Behandel de verdeler niet als ongesorteerd restafval.

Maak de verdeler vóór demontage volledig drukloos en leeg. Vang het systeemwater op. Gooi het niet zomaar weg.


12.3 Systeemwater met glycol

Bevat het systeemwater glycol, behandel het dan als chemisch afval. Loos water met glycol niet op het riool of in het milieu, maar vang het op en lever het in volgens de plaatselijke regelgeving voor de afvoer van glycol houdende vloeistoffen.